Ons team

Gewoon alfabetisch, op voornaam.

Francien Snieder
‘Het fascinerende is dat je omgaat met dingen uit het verleden die mensen echt vastgehouden hebben; dat tastbare maakt het altijd opwindend.’ Francien Snieder is stadsarcheoloog en al sinds 1987 verbonden aan het Centrum voor Archeologie. Ook al ben je als stadsarcheoloog een allrounder, eigenlijk is ze gespecialiseerd in de middeleeuwen. Het leuke aan die periode vindt ze dat je er vanuit verschillende disciplines naar kunt kijken: vanuit geschreven bronnen, vanuit de schilderkunst of samen met experts uit die disciplines. Dat samenwerken met anderen -en dat kunnen vakgenoten, experts uit andere vakgebieden of vrijwilligers van het CAR zijn- stimuleert haar. De opgraving die haar in al die jaren het meest bijgebleven is, is die aan de Hof in 1991. De Hof was en is het centrale plein. Alles wat daar gevonden is, heeft bijgedragen aan de reconstructie van de geschiedenis van Amersfoort.

Itamar de Rooze
Itamar de Rooze is veldarcheoloog en sinds 2009 verbonden aan het Centrum voor Archeologie. Hij is uiteraard vaak in het veld te vinden, maar ook verantwoordelijk voor de uitwerking van onderzoeken, het schrijven van rapporten en de beschrijving van alle houtvondsten. De opgraving aan de Windsteeg, vlak bij de Hof, is hem het meest bijgebleven: op een klein stukje grond van ongeveer 2 bij 2 meter werden meer dan 10 skeletten gevonden. ‘Uiteindelijk ben je als archeoloog aan het onderzoeken hoe mensen geleefd hebben. Het skelet komt daar het dichtstbij.’ Ondertussen liep het publiek langs, bleef staan kijken en stelde vragen.
Tijdens een opgraving op de Boldershof zag hij een klein steentje. Het was zo’n twijfelgeval: pak je die kiezel op of laat je hem liggen? Hij raapte het stukje toch maar op en na onderzoek bleek het om het oudste stukje bewerkt vuursteen uit de binnenstad van Amersfoort te gaan. Duizenden jaren geleden is het door iemand bewerkt en weggegooid, omdat er bij die bewerking wat fout ging. Het is via een middeleeuwse waterput tenslotte in handen van Itamar terechtgekomen.

Maarten van Dijk
Maarten van Dijk is sinds 2001 werkzaam bij het Centrum voor Archeologie. Hij heeft er een breed palet aan taken: van begeleiding van stagiaires, de organisatie van het uitvoerende werk in al zijn facetten, tot depotbeheer, educatie en het publieksbereik. Voor Maarten zijn archeologen bij uitstek verhalenvertellers. ‘We weten heel veel niet en met het kleine beetje dat we wel hebben, moet je het verhaal steeds completer maken.’ Dat was al zo toen hij nog tijdens zijn studie betrokken was bij de opgraving van 10 zilveren munten in De Provenierssteeg. Die zijn er ooit begraven en niet meer opgehaald. Wat zit daarachter? Zijn mooiste opgraving tot nu toe was die bij de Rochuskapel, de eerste waarbij hij menselijke skeletten opgroef. Aagje (zie verder op deze website) was er één van. Je hebt in dit geval niet het voorwerp in handen, maar de persoon zelf. Welk verhaal kun je over iemand vertellen?

Mattijs Wijker
Mattijs Wijker is veldarcheoloog en werkt sinds 2004 bij het Centrum voor Archeologie. Hij is vaak buiten te vinden, bezig met opgraven en het doen van allerlei vondsten. Het vinden zelf is daarbij nog leuker dan de vondst op zich: ‘Het is elke keer een cadeautje dat je uitpakt, een verrassing. Dat is wat het voor mij bijzonder maakt.’ Het is een dynamisch vakgebied, hypothetisch ook: het verhaal dat je vandaag maakt met alles wat je nu weet, kan morgen zo weer onderuitgehaald worden. Een vondst met een verhaal is het neolithische bijltje dat hij aan de Hogeweg gevonden heeft. Denkend dat het een steen was die in de weg lag, heeft hij er met zijn schop per ongeluk een deukje in gemaakt. Nu ligt het bijltje in de vitrine bij het CAR. De meest bijzondere opgraving is voor hem die aan de Appelmarkt. Voordat Amersfoort een stad was, bleek het plein water te zijn geweest: water waaraan aangemeerd kon worden om goederen naar de bisschoppelijke Hofstede te brengen.

Milo Verhamme
Milo Verhamme is sinds 2003 werkzaam bij het Centrum voor Archeologie en is beleidsarcheoloog. Hij adviseert gemeenten als Bunschoten-Spakenburg, Soest en Nijkerk over hun archeologisch beleid, houdt toezicht bij opgravingen en gaat verder waar bedrijven die opgraven stoppen. Want wat kun je nog meer met die mooie vondsten? Een open dag of een expositie organiseren, erover schrijven, lezingen geven; in ieder geval het grotere verhaal vertellen. Bij zijn werk hoort veel contact met de buitenwereld. En daar deelt niet iedereen dezelfde interesse in archeologie als Milo zelf. Hij vindt het mooi om te zien hoe dat langzaam verandert als mensen zich bewust worden van wat er onder hun voeten ligt: ‘Er is niets leukers als ze dan toch op een open dag komen kijken.’ De meest bijzondere opgraving tot nu toe is voor hem die aan de Staringlaan in Soest. Het was er één met veel steentijdvondsten en uit die tijd vinden we hier nauwelijks iets.

Sanne Beumer
Sanne Beumer is sinds 2014 beleidsarcheoloog bij het Centrum voor Archeologie. Ze adviseert de gemeenten Amersfoort en Leusden bij hun archeologisch beleid. Verder houdt ze zich bezig met educatie. Het mooie van het vakgebied is voor haar dat je aan de hand van vondsten en sporen de geschiedenis reconstrueert. ‘Je kunt van iets kleins, van ogenschijnlijke rotzooi, een heel groot verhaal maken.’ In dat verhaal komen ook groepen aan bod die in historische bronnen onzichtbaar blijven. De opgraving in Oud-Leusden onder wat nu de A28 is, is voor Sanne misschien wel de meest spectaculaire: IJzertijd, Romeinse tijd, vroege en volle middeleeuwen kwamen daar samen op één stukje terrein, met een grafveld uit de vroege middeleeuwen met prachtige sieraden. Als vondst is de Romeinse kom van de Emiclaerseweg voor haar het meest uniek. Wat deed die kom daar op die plek? De Romeinen hebben per slot van rekening niet in Amersfoort gezeten.

Timo d´Hollosy
‘Als archeoloog geef je de wereld een verloren gegaan verleden terug.’ Voor Timo d’Hollosy is dat het belang van archeologie. Je doet het niet voor jezelf, maar de kennis en informatie moeten juist terugvloeien naar ons allen. Vanaf 1994 is hij in dienst bij de gemeente Amersfoort, als stadsarcheoloog en coördinator. Daarnaast is hij ook bouwhistoricus; voor hem een logische aanvulling op de archeologie. Hij heeft vele opgravingen meegemaakt. Het vinden van menselijk skeletmateriaal blijft voor hem nog steeds het meest bijzonder, omdat je daarbij met de mensen zelf te maken hebt en niet met hun spullen. Grote opgravingen zijn vaak spectaculair, maar in de kleine dingen zitten vaak ook vele leuke ontdekkingen. Bijvoorbeeld de oude karrensporen die we onder de bestrating van de Hogeweg vonden, of de Romeinse schaal die door de lokale bevolking als urn is gebruikt.