Vondst van de Maand

Mei 2022: Kleppers
Een smalle eikenhouten plank uit een beerput. Aan de uiteinden breder dan halverwege en met een gat in het midden. Het duurde even voor de toenmalige archeologen door hadden wat ze gevonden hadden: het plankje was het klankbord / aambeeld van een zogenaamde klepper.
Een klepper is een houten percussie instrument, waarbij een hamer scharnierend op een handvat is bevestigd. Door het handvat heen en weer te bewegen slaat de hamer beurtelings op de uiteinden van een plankje / klankbord.
Onze plank ofwel afkomstig van een klepperman / nachtwacht, ofwel is hij gebruikt als bij de mis of het “Angelus kleppen” in de stille dagen voor Pasen.
Verder lezen? Download dan het informatieblad.

Bezoek onze expositie
De Vondst van de Maand is tijdens de openingsuren te zien in een speciale vitrine in onze expositieruimte. Als je komt kijken, krijg je meer informatie over de vondst.

April 2022: Potje met prut
In de gracht rondom het voormalig landhuis Kouwenhoven aan de Coelhorsterweg in Hoogland zijn in 2018 twee op elkaar gestapelde zalfpotjes uit de 18de eeuw gevonden. Het bovenste potje zat vast in de plakkerige inhoud van de onderste. Zalfpotjes worden wel vaker bij archeologische opgravingen gevonden, maar een potje met inhoud is heel zeldzaam. Wij waren dus heel benieuwd wat er in het potje zat en waar het voor heeft gediend.
Uit nader onderzoek blijkt een belangrijk deel van het prutje uit terpentijn bestaat. Dat is hars van de lariksboom. In de 18de eeuw werd terpentijn voor veel dingen gebruikt. De belangrijkste toepassing echter was in geneesmiddelen.
Zeker weten we het niet, maar de prut in het potje is een zalfje geweest. Hoogstwaarschijnlijk met het doel om een van de bewoners van Kouwenhoven te helpen bij (medische)klachten.
Verder lezen? Download dan het artikel in tijdschrift De Kroniek.

Maart 2022: Pijlsteun uit Bunschoten
In 2009 werd bij een opgraving in de Dorpsstraat in Bunschoten een mysterieus object van gewei gevonden. Na lang speurwerk bleek het een zeldzame archeologische vondst te zijn. Het is namelijk een pijlsteun, een onderdeel van een kruisboog. Op dit plaatje werd de pijl gelegd en gefixeerd voordat deze werd afgevoerd. Daarom is het oppervlak heel glad gemaakt, zodat de pijl geen weerstand ondervindt. En er is een gleuf aangebracht waardoor de pijl beter gestuurd kan worden. De Bunschoter pijlsteun dateert uit de 14de-15de eeuw.
Verder lezen? Download dan hier het informatieblad.

November 2021: drie pelgrimsinsignes
Vanaf de Late Middeleeuwen worden pelgrimstochten gemaakt. Niet alleen Santiago de Compostela en Rome, maar ook Amersfoort en Rhenen hadden een grote aantrekkingskracht op de gelovigen. In die plaatsen kon een pelgrim een insigne kopen. Pelgrims droegen de insignes na het bezoek aan het heiligdom op hun hoed of mantel.
Bij de opgraving aan de Oude Schans in Spakenburg in 2014 zijn drie pelgrimsinsignes gevonden. Deze insignes waren gewijd aan dezelfde heilige: Sint Cunera van Rhenen. De insignes zijn nagenoeg compleet bewaard gebleven.
Cunera is de beschermheilige van het vee (vooral paarden) en werd aangeroepen bij keelklachten en blindheid. Ook werd haar een rol toegedicht bij het redden van schipbreukelingen. Is dit een reden waarom iemand de reis vanuit vissersdorp Spakenburg naar Rhenen heeft ondernomen?
Verder lezen? Download dan het informatieblad.

Maart 2020: Maalsteen
De maalsteen is gevonden bij de opgraving aan de Engweg in Leusden in 2019. Tijdens dit onderzoek zijn resten van een nederzetting uit de IJzertijd ( 750 v. Chr. – 12 na Chr.)  aangetroffen. Deze resten horen bij dezelfde nederzetting die in 2007 onder de huidige hockeyvelden aan de Schammersteeg is gevonden.
De steen is van graniet en meet 27 x 15 x 10 cm. De steen is sterk verweerd en heeft een min of meer platte zijde. Waarschijnlijk is deze steen daarom als maalsteen gebruikt. De steen heeft plaatselijk een witte lichtere kleur (plagioklaas). Voor het malen van graan waren een platte steen (ligger) en een ronde(re) steen (loper) nodig. Door de loper heen en weer over de ligger te bewegen, kon op deze wijze graan tot meel worden vermalen. Onze steen is waarschijnlijk een ligger, hoewel het niet is uitgesloten dat de steen een loper is geweest. Er zijn namelijk voorbeelden van lopers van een vergelijkbaar formaat als onze steen.
Het malen van graan gebeurde met de hand, was is erg arbeidsintensief en kostte veel kracht. Het malen van graan was een taak die vermoedelijk vooral door vrouwen werd gedaan. De afgelopen jaren heeft de universiteit van Cambridge onderzoek gedaan naar de skeletten van prehistorische vrouwen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de bovenarmen van de vrouwen maar liefst zestien procent sterker waren dan die van hedendaagse professionele roeiers en bijna dertig procent sterker dan de armen van een gemiddelde Cambridge-student! De onderzoekers concludeerden dat de sterke bovenarmen van de vrouwen het gevolg zijn van het dagelijks malen van graan.
Verder lezen? Download dan het informatieblad.

Meer vondsten
Op deze pagina vind je nog veel meer informatie over onze vondsten.