Glas, een korte geschiedenis

Glas is een verbinding van silicium (zand) en kalk, met soda en/of potas als smeltmiddel. Het vindt zijn oorsprong in de culturen rondom de Middellandse zee. In het Midden-Oosten vind je al sieraden uit 5000 v. Chr. en in het oude Egypte zalfflesjes, vaasjes en sieraden van 2000 v. Chr. De ontdekking ervan is waarschijnlijk een toevalstreffer geweest. Het kan een kampvuurtje op het strand zijn geweest waarbij zand, kalk (van schelpen) en zeewier in glas veranderde, maar er kan even goed sprake zijn geweest van blikseminslag op een soda- en kalkrijk strand.

Hoe het ook zij, het eerste glas maken ze in potten boven open vuur. Later komen er gesloten oventjes, waardoor ze het beter kunnen verwerken. Langzaam maar zeker weten ze de techniek steeds verder te verbeteren: waar ze eerst glas goten in of rond een kern van zand, leren ze nu glasblazen. Bovendien vinden ze uit hoe ze door toevoeging van verschillende stoffen het glas bijvoorbeeld kleur kunnen geven. Het zijn uiteindelijk de Feniciërs die de glasmakerskunst omstreeks het begin van onze jaartelling rond de Middellandse zee verspreiden.

Tot dan toe zijn het sieraden, flesjes en wat dies meer zij, maar met de komst van de Romeinen wordt glas ook een constructiemateriaal, namelijk als vensterglas. Zij zijn degenen die de techniek zo ver ontwikkelen dat het een massaproduct wordt, voor iedereen bereikbaar. Als het West-Romeinse Rijk ten onder gaat, raakt de glasmakerskunst in verval, tot het rond 1200 in Venetië (op het eiland Murano) weer opbloeit. Vanaf dat moment zijn het de Venetiaanse glasblazers die het middelpunt vormen. Zij verfijnen de techniek en bedenken nieuwe recepturen.

Ook in Duitsland is men in de 12de eeuw overigens al in staat om zoiets als vensterglas te maken, maar het is en blijft groen van kleur. Ze gebruiken dan ook beukenas als smeltmiddel. In de landen rondom de Middellandse zee weten ze echter dat je door soda of waterplanten uit de zee als smeltmiddel te gebruiken helder glas krijgt. De Feniciërs deden dat al, met als resultaat helder, maar nog niet echt transparant glas. De Venetianen verfijnen die kunst en weten het transparant te maken. Die kunst moet overigens wel geheim blijven. Er staan strenge straffen op het verraad ervan, tot aan de doodstraf aan toe. Als een aantal Venetiaanse glasblazers tegen alle verboden in naar het Noorden van Europa trekt raakt de kunst omstreeks 1500 toch verspreid, eerst in Frankrijk en België en via Antwerpen ook in Nederland.

De Britten tot slot zorgen in de 18de eeuw voor de laatste grote vernieuwing in de kunst van het glasblazen: door loodoxide toe te voegen weten zij er kristal van te maken. Tik tegen je glas en je hoort het verschil.