Hoge nood

Als wij ’s nachts een volle blaas hebben, doen we het licht aan en gaan naar het toilet. Voor ons is dat heel gewoon, maar vroeger was dat wel anders! De stad en de huizen waren stikdonker en men moest naar het huisje (ook gemak of kakdoos genoemd) in de tuin. En dat ook in de winter of als het regende. Het is dan ook niet gek dat onder ieder bed wel een po of pispot stond.

Oude pispotten
Vanaf ongeveer 1375 verschenen de eerste pispotten, dat wil zeggen potten die speciaal voor dit doel gemaakt werden. Deze pispotten hebben een kenmerkende vorm: vrij smalle hals, een oor, een bolle buik en een platte bodem. Door de bijzonder kleine diameter van de hals moet het met name voor vrouwen nog een hele toer geweest zijn om zonder te knoeien te plassen!

Deze en vergelijkbare pispotten zijn te zien in de vitrine Pelgrimsstad (1400-1500).

Deze pispotten werden in eerste instantie van ongeglazuurd grijs- en roodbakkend aardewerk gemaakt. Ongeglazuurd aardewerk is echter niet erg waterdicht en vloeistoffen trekken dus gedeeltelijk in de wand. Een ongeglazuurde pispot moet daarom al snel heel erg gestonken hebben. Spoedig werd (het dure) loodglazuur toegepast. Eerst wat zuinigjes, alleen op die plekken waar dit het meeste nut had: in de pot zelf en tegenover het oor waar bij het leeggooien druppels aan de schenkrand zouden kunnen blijven hangen. Dit is in Amersfoort een veel voorkomend type pispot. Honderden exemplaren zijn hiervan bij opgravingen gevonden.

Verbeterde versie
Vanaf eind vijftiende eeuw wordt het glazuur steeds ruimer aangebracht en in de zestiende eeuw zijn pispotten van binnen én van buiten dik geglazuurd. Ook verandert de pispot enigszins van vorm. De opening wordt niet alleen wijder, maar krijgt ook een platte rand, zodat het mogelijk is erop te zitten. Een hele verbetering!

De ‘verbeterde versie’ en de ‘deftige pispot’ zijn te zien in de vitrine Gouden eeuw (1600-1700).

Deftige pispotten
Tot ver in de 19de eeuw werden de meeste pispotten van aardewerk gemaakt. Wie wat meer geld te besteden had, kocht pispot van steengoed (Keulse pot), een tinnen pispot of (heel chique) een porseleinen pot mét versiering. Echte rijken was zelfs een tinnen potje nog te min: adel en zeer gegoeden gebruikten natuurlijk een zilveren ‘kamerpot’.

Verder lezen? Download het artikel van André Clazing in het boek ‘Gespaard verleden’.