Merknaam

Tussen de fundamenten van de Lieve Vrouwekerk kwam een grafzerk tevoorschijn. Op de steen stond: ‘RVTGER IANSEN 1639’. Het is de grafsteen van Rutger Jansen, overleden in 1639. Tussen de 16 en de 39 staat zijn huismerk afgebeeld. De steen werd als losse vondst aangetroffen en markeerde niet meer het graf van Rutger Jansen. Van hem is dus na al die tijd alleen zijn naam, zijn overlijdensjaar en zijn huismerk bewaard

De steen, uit de Gouden eeuw (1600-1700), is te zien in onze expositieruimte.

Naam en toenaam
Dat Rutger Jansen een achternaam voerde, was in die tijd al wel gebruikelijk, maar nog niet verplicht. In een kleine gemeenschap had je aan een voornaam genoeg. In steden echter was een extra aanduiding van een persoon noodzakelijker. Die extra aanduiding werd een ‘toenaam’ en leidde uiteindelijk vaak tot een erfelijke familienaam.

Onder Napoleon werd het voor iedereen in Nederland en België verplicht een achternaam te kiezen, maar pas na de invoering van de burgerlijke stand in 1811 deed iedereen dat ook echt.

Vaak werd als achternaam een patroniem gekozen, een verwijzing naar de naam van de vader. ‘Rutger Jan’szoon’ werd ‘Rutger Jans(s)en’. Dat systeem bestond al eeuwen, maar de essentie ervan ging verloren toen achternamen erfelijk werden. In grotere plaatsen was een patroniem niet afdoende: er waren simpelweg te veel ‘Jansens’. Men zocht daarom naar andere mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan achternamen die verwijzen naar een locatie of een huis (een toponiem) of naar een beroep of naar een karakteristiek of omschrijving van de desbetreffende persoon (‘De Korte’ bijvoorbeeld).

Huismerk
Mensen kenden ook vaak een eigen merkteken, een huismerk. Dat werd gebruikt als een eigendomsmerk en was duidelijk te herkennen voor iedereen, ook als je niet kon lezen. Het zijn simpele, bijna rune-achtige tekens, vaak opgebouwd uit enkele lijntjes.
Dat teken ging voor een familiesymbool staan en werd van vader op oudste zoon overgeërfd. De andere zoons namen het teken met een kleine aanpassing over.
In de Middeleeuwen verving de opkomende adel hun huismerk door een familiewapen. In de 17de eeuw deed de rijke burgerij hetzelfde. Als je goed om je heen kijkt kom je ze nog overal tegen, niet alleen op grafstenen.

Download het artikel van Timo d’Hollosy in het boek ‘Gespaard verleden’.