Metaal

De prehistorische mens maakt zijn werktuigen van steen, bot en hout. Als de metaaltijden zich aandienen begint dat langzaam maar zeker te veranderen. Koper, brons en ijzer doen hun intrede en openen tal van nieuwe mogelijkheden.

Wat is het en waar komt het vandaan?

De Kopertijd heeft ons nooit bereikt. Hier gaan we van het Neolithicum meteen over naar de Brons-tijd. Brons is koper waar tin aan toegevoegd is. Het is harder dan koper, beter te bewerken dan steen én, het is mooi. In Nederland begint men rond 2000 v. Chr. metalen voorwerpen te gebruiken. Het is het begin van de Bronstijd.
Koper komt in zuiver metallische toestand voor in de aardkorst. Bij ijzer ligt dat anders. Je moet het (leren) winnen uit erts. Het heeft de nodige voeten in de aarde voordat men dat kan en voor we dus in de IJzertijd belanden; in onze regio hebben we het dan over de periode van 800-12 v. Chr. IJzer heeft als letterlijk voordeel dat het ijzersterk is, sterker dan brons, en ook nog eens makkelijker te bewerken. Het blijft dan ook lange tijd belangrijk, totdat uiteindelijk in de 19de eeuw de eerste industriële revolutie op gang komt en de technische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Het leidt tot nieuwe metalen, die opnieuw beter zijn dan de vorige: aluminium en roestvast staal.

Wat maken ze ervan?

Van de verschillende metalen maken ze sieraden, gereedschap, wapens en geld. Dat doen ze in die begintijd en dat blijven ze doen. In de Middeleeuwen kent men inmiddels een heel scala aan ijzeren werktuigen, allemaal gemaakt door de smid en de timmerman. Het is niet meer die ene neolithische bijl, maar iedere vakman kent nu zijn eigen bijl, die net een beetje anders is dan die van de buurman. Die ontwikkeling zet zich voort tot in onze tijd, met steeds meer en steeds preciezer gereedschap. Bij wapens zie je iets vergelijkbaars: naarmate de tijd voortschrijdt en met name na de uitvinding van het buskruit komt er meer en meer wapentuig, het één nog groter, krachtiger en preciezer dan het ander. Ook dat duurt tot op de dag van vandaag voort.

Metaal en archeologie

Metalen voorwerpen worden niet zo snel weggegooid. Het is waardevol materiaal, dat lang meegaat. Gaat een voorwerp toch kapot, dan smelt je het om en maak je er weer iets anders van. De dingen die we wel vinden, kunnen heel fragiel zijn. Dikke lagen roest doen het metaal binnenin soms zelfs verdwijnen. Maar gelukkig is dat niet altijd het geval en vertellen zulke voorwerpen ook weer een verhaal; verhalen over bijvoorbeeld kleding (denk aan gespen, knopen), over handel (denk aan lakenloodjes), over ambachten (denk aan gereedschap), over oorlog en over de munt- en geld-cultuur. Soms vind je organische resten van textiel of hout op de metalen objecten terug. En die resten worden vervolgens zelf weer onderwerp van onderzoek.

Hoe bewaar je het?

De conditie van metalen vondsten kan heel erg verschillen, afhankelijk van de bodemomstandig-heden waarin je het voorwerp vindt en afhankelijk van de metaalsoort. Zo roest ijzer, maar goud bijvoorbeeld niet. Wat de bodemomstandigheden in Amersfoort en directe omgeving betreft, die is zandig, zuurstofrijk en vochtig. Dat is veelal ongunstig voor ijzer. Door corrosie wordt dan een dikke, roodbruine afzettingslaag gevormd, zeker als het al langere tijd in de bodem ligt. Maar ligt het voorwerp onder water zoals bijvoorbeeld in een water- of beerput, dan kan de corrosievorming juist beperkt zijn.
Door reiniging en conservering kun je metalen vondsten gelukkig weer zichtbaar maken. Je kunt ze dan niet alleen tentoonstellen, maar ook determineren en zo goed mogelijk behouden voor de toekomst. Dat reinigen doen we met behulp van een electrolysebehandeling waardoor corrosieve zouten worden verwijderd en de roestlaag onthecht. Daarna zandstralen we zo’n object met zilverzand en conserveren het met een mengsel van anti-corrosiemiddelen. Je moet overigens altijd een vinger aan de pols blijven houden. Het kan zo maar zijn dat er na een paar jaar opnieuw gereinigd en geconserveerd moet worden.