Balletje-balletje

Voetbal is in onze tijd de populairste sport. Vroeger was dat het colfspel. Bij het colfspel moet men een balletje in zo min mogelijk slagen met een colfstok van het ene punt naar het andere slaan, net als bij golf. Colf werd in heel Nederland en door iedereen gespeeld. In de loop van de 17de eeuw kende het spel zijn hoogtepunt in populariteit.

Eerst speelde men colf met een houten bal, maar rond 1600 werd die vervangen door een leren bal. Bij de opgraving op de plaats van de voormalige markthallen aan de Breestraat in 1984 kwam uit een van de beerputten een leren bal tevoorschijn: een colfbal. De bal is samengesteld uit vier segmenten (waarvan er één ontbreekt) en is gevuld met dierlijk haar en plantaardige vezels. De bal is ongeveer 6 cm groot. Op basis van de andere vondsten in de beerput weten we dat de bal uit de 16de of 17de eeuw komt.

Links de originele colfbal. Rechts een replica.

De colfbal en de replica zijn te zien in de vitrine Reformatie (1500-1600).

Het colven zorgde regelmatig voor overlast. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de vele keuren (wetten) die door de steden werden uitgevaardigd om het spel aan banden te leggen. Zo is in 1571 in Amersfoort bepaald dat de leerlingen van de Latijnse School alleen buiten de stad op het ‘Colffelt’ hun spel mochten spelen.

Verder lezen? Download het artikel van Francien Snieder in het boek ‘Een maand op zicht’.