De Romeinse kom met een dode Germaan

Archeoloog Francien Snieder: ‘Het komt nogal eens voor dat mensen vragen naar mijn mooiste vondst. Altijd geef ik dan – naar waarheid – als antwoord: de Romeinse drinkschaal voor wijn waarin de Germanen crematieresten hadden begraven.’

‘Het was laat in de middag en het begon al een beetje te schemeren, toen ik voor die dag de laatste hand legde aan de opgraving aan de Emiclaerseweg in Hoogland. Nog een klein stukje het vlak opschaven en tekenen, dan zou het erop zitten voor die dag. Bij het met de schep schaven van het zandige oppervlak kwam een scherf tevoorschijn. Van een bloempot, dacht ik. De scherf, glad en roodoranje van kleur, lag heel dicht onder het oppervlak. Hier had tot voor kort een boer zijn land bewerkt. De gedachte aan een bloempot was dus niet zo heel vreemd. Maar het was toch wel een héél glanzende scherf en het idee rees dat het om Romeins, zogenaamd terra sigillata aardewerk ging. Uiteindelijk bleek het een vrijwel complete kom te zijn die tot de rand toe gevuld was met verbrand bot.’

De kom is, met de crematieresten, te zien in de vitrine Prehistorie (ca. 40.000 v. Chr. – 300 na Chr.).

Romeins aardewerk wordt sporadisch gevonden ten noorden van de Rijn, de grens van het Romeinse Rijk. Door handel met de inheemse Germaanse bevolking is de kom, door de Romeinen gebruikt om wijn uit te drinken, hier terecht gekomen. Het fraaie aardewerk stak af tegen de eenvoudige potten die men zelf vervaardigde en werd juist daarom gebruikt als urn. De pottenbakker van de kom kennen we, want zijn naamstempel staat er op: CRICERO. Van hem is bekend dat hij rond 200 na Christus in Trier werkzaam was.

Francien: ‘Die dag reed ik met een brede glimlach over de A1 naar huis in Amsterdam; bijna had ik mijn kind vergeten van de crèche in Amersfoort te halen.’

Verder lezen? Download het artikel van Timo d’Hollosy in het boek ‘Een maand op zicht’.