Missers

Een paar centimeter lang zijn ze maar. En als we ze vinden zijn ze vaak heel roestig. Niet echt gevaarlijk dus zou je denken. Maar dat waren ze ooit wel, want het zijn kruisboogpijlpunten. Deze ijzeren punten waren bevestigd op een houten schacht met een veer en waren levensgevaarlijk. Afgevuurd met een kruisboog haalden ze grote snelheden en waren ze een krachtig wapen. De kruisboog was in de periode 1000-1500 een geducht wapen op het slagveld. Met de uitvinding van het buskruit nam de rol van dit wapen af en werd het vooral nog in de jacht gebruikt..

We vinden twee type pijlpunten: met een lange spits toelopende punt, en met kortere punten met een verdikking en een ruitvormige doorsnede. Die laatste hadden een speciale functie: door de ruitvorm waren ze in staat harnassen en pantsers te doorboren.

De pijlpunten zijn te zien in de vitrine Jaarmarkt en ossenhandel (1300-1400).

Was de kruisboogschutter dan de kampioen van het slagveld? Dat ook weer niet. Het wapen had als nadeel dat het lang duurt om het te laden, langer dan een gewone handboog bijvoorbeeld. Kruisboogschutters waren daarom kwetsbaar in een man-tot-man-gevecht. Daarom hadden ze vaak een groot schild bij zich, waarachter ze konden schuilen. Tot slot is een kruisboog best zwaar, onhandig als je je snel moest verplaatsen. En het mechaniek is kwetsbaar voor zand en modder. Elk voordeel heeft zijn nadeel zou je in dit geval goed kunnen zeggen….

Verder lezen? Download het artikel van Maarten van Dijk in het boek ‘Gespaard verleden’.