Tweede Wereldoorlog

Rond 1870 wordt Amersfoort door de toenmalige regeling bestempeld als garnizoensstad. De stad ligt centraal, is op dat moment een knooppunt van spoorwegen en heeft heidevelden rondom die als oefenterrein kunnen dienen.

In de mobilisatietijd voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog verrijzen er rondom de stad verschillende legerplaatsen. Het maakt van Amersfoort de grootste garnizoensplaats van Nederland. In mei 1940 moeten om die reden alle bewoners geëvacueerd worden: ze verwachten grootschalige gevechten in en rond de stad.

Eén van die militaire terreinen van toen kennen we nu als Kamp Amersfoort, van oorsprong dus bestemd voor het Nederlandse leger. In 1941 wordt het een zogenaamd Durchgangslager van de nazi’s. Ze sluiten er o.a. Joden, verzetsstrijders, ontduikers van de Arbeitseinsatz, slachtoffers van razzia’s en communisten op. Het is een berucht kamp, met een wreed regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies op de schietbaan. Ook elders in en rond Amersfoort vinden executies plaats.

Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten in de bodem; bij Kamp Amersfoort, maar ook op andere plekken in en om de stad. Tankgrachten, loopgraven en vondsten als militaire uitrustingsstukken, wapens, een granaat die gebruikt is als schietschijf, uniformknopen en prikkeldraad, het zijn stuk voor stuk de stille getuigen van de oorlog.