Verloren spelletjes

Drie speelkoten.

Tegenwoordig is er een overvloed aan speelgoed voor kinderen te koop. Dat was vroeger niet zo. Kinderen speelden vooral met de dingen die voorhanden waren. Speelkoten zijn een mooi voorbeeld.

Een speelkoot is een teenkoot van een rund of varken. Als in het najaar werd geslacht, leverde iedere koe of ieder varken acht speelkoten op. Het is dus eigenlijk slachtafval.

Speelkoten zijn te zien in de vitrine ‘Jaarmarkt en ossenhandel (1300-1400)‘ en de vitrine ‘Pelgrimsstad (1400-1500)‘.

Er kon op verschillende manieren met de koten worden gespeeld.

Heel populair was een spel dat veel op kegelen lijkt: er werd een aantal speelkoten rechtop gezet, waarna men ze met een werpkoot moest zien om te gooien. De werpkoot werd vaak verzwaard met lood of een ander zwaar materiaal.

Een verzwaarde en een afgevlakte speelkoot.

Een ander spel was dat men een of een paar koten omhoog gooide en keek hoe die weer op de grond terecht kwamen. Het was de bedoeling dan men van tevoren de uitslag zou raden. Een echt gokspel dus. Het werd bijvoorbeeld al in de Romeinse legers gespeeld. En dit spel leent zich natuurlijk voor vals spelen, bijvoorbeeld door een koot aan een kant te verzwaren.

Er zijn ook veel speelkoten gevonden die aan één zijde vlak waren gemaakt. Waarschijnlijk werd hiermee een soort sjoelbakken gespeeld.

Verder lezen? Download het artikel van Maarten van Dijk in het boek ‘Gespaard verleden’.