Vrekkige varkens

Al eeuwenlang worden in Nederland spaarpotten gemaakt. Het oudste model (van rond 1300) is in de vorm van een moederborst, waarvan de symbolische betekenis voor zich spreekt.

Vier spaarpotten gevonden in een afvalkuil bij een opgraving in 1984 op de hoek van de Kerkstraat met de Muurhuizen dateren van de late 16de eeuw. Twee daarvan zijn van het borst-type en twee zijn spaarvarkens. Ze waren alle vier gebroken en zijn door de stadsarcheologen gelijmd en gerestaureerd.

Van een van de spaarvarkens is een mal gemaakt, zodat we zelf replica’s kunnen maken. Het spaarvarken krijgt, nadat het uit de mal is gehaald, oogjes, snuit en oortjes en niet te vergeten zijn krulstaartje. De varkens zijn vervolgens tweemaal gebakken: na de eerste keer nog een tweede keer, deze maal met loodglazuur. Precies als het origineel!

Er is bewust voor gekozen geen opening in de buik (afgesloten met een dopje) te maken, omdat het origineel dat ook niet heeft. Het varken moet daarom worden stukgeslagen om de munten eruit te halen. Een beproefde methode is echter om een breed mes in de gleuf te steken en zo de munten er uit te laten glijden.

Niet alleen de moederborst is een duidelijk symbool voor sparen, ook het varken heeft deze betekenis. Een varken werd vetgemest om vervolgens te worden geslacht, waarna men er lange tijd van kon eten. Op middeleeuwse schilderijen wordt het varken vaak afgebeeld in gezelschap van de heilige Antonius Abt, of eigenlijk andersom. Antonius was een vroege Christen in Egypte die (rond 300) als kluizenaar leefde. In de 11de eeuw ontstond in Frankrijk de orde van de Sint-Antoniusbroeders, die zich toelegde op de verzorging van zieken. Om de zieken te voeden, hielden de broeders varkens. Op de naamdag van de heilige, 17 januari, slachtte men de varkens en werd het vlees onder de armen en zieken verdeeld. Antonius Abt is patroon van de varkens (en van nog van veel meer zaken).

Wat opvalt bij varkens op middeleeuwse schilderijen en ook bij het spaarvarken is dat deze veel slanker zijn dan het huidige varken en ook veel hoger op de poten staan. Het middeleeuwse varken stond dichter bij het wilde zwijn dan het moderne varken. Deze hebben ook geen kam van borstelige haren op de rug meer. Het Amersfoortse spaarvarken heeft wel zo’n geprononceerde kam op de rug. Denk voor het middeleeuwse model aan het Ibérico varken dat in Spanje wordt gehouden.

Van deze vondst zijn replica’s te koop bij het Centrum voor Archeologie.

Verder lezen? Download het artikel van Timo d’Hollosy in het boek ‘Een maand op zicht’.