Hout

Steentijd, bronstijd en ijzertijd, maar een houttijd? Nee. Toch is hout één van de oudste materialen waarmee de mens gewerkt heeft en tot op de dag van vandaag nog steeds werkt. En dat niet alleen: het is verreweg het meest gebruikte.

Wat is het en waar komt het vandaan?

Hout is een natuurlijke grondstof. Je velt de boom, gebruikt het hout en na verloop van tijd groeit er een nieuwe boom. Je zou denken dat er dan altijd genoeg is, maar dat is helaas niet zo. Er zijn tijden van schaarste en met name in de Middeleeuwen is de druk op de markt zo groot dat er regelgeving ontstaat die voor leveringszekerheid moet zorgen.
We gebruiken het al millennia lang. Ook de prehistorische mens doet dat volop, van bomen uit de directe omgeving. Van houthandel is dan waarschijnlijk nog geen sprake. De Romeinen daarentegen hebben zo veel hout nodig dat ze het van verder weg moeten halen. In de Middeleeuwen is dat niet anders. De vraag is groot, met name in de steden. Het gevolg is een levendige houthandel.

Wat maken ze ervan?

Hout wordt voor van alles en nog wat gebruikt: het is het bouwmateriaal voor de skeletten van prehistorische boerderijen en voor middeleeuwse huizen, ze maken er allerhande gebruiksvoor-werpen en gereedschap van, speelgoed, religiosa, bier- en wijnvaten, kuipen, karrewielen, noem maar op. En het fungeert natuurlijk als brandstof, is het niet in eerste instantie, dan wel in tweede. Want wat doe je met een kapot houten voorwerp? Opstoken lijkt nuttiger dan het object in een beerput gooien. Het is één van de redenen waarom we zo weinig houtvondsten doen.
Elke houtsoort heeft zijn eigen specifieke eigenschappen. Afhankelijk van wat men ermee wil doen, kiezen ze voor de ene of de andere soort.
De oudste houten vondst die wij hier hebben is een plank van eikenhout uit de IJzertijd, ongeveer 2500 jaar oud. Het is een onderdeel van een waterput geweest.

Hout en archeologie

Hout is een organisch materiaal, dat onder de verkeerde bodemomstandigheden gemakkelijk vergaat of vermolmd raakt. Ligt het in natte, afgesloten en zuurstofarme omgeving, zoals een waterput, dan blijft het meestal goed bewaard. Maar veel vaker blijft er niets anders over dan verkleuringen in de bodem. Het zijn de paalsporen van prehistorische of middeleeuwse boerderijen. In andere gevallen is het verweerd en niet meer zo stevig of zelfs veranderd in een soort houtpulp.
In dat laatste geval kun je er als archeoloog niet zo veel meer mee. Maar is het hout in betere conditie, dan kun je het aan een nader onderzoek onderwerpen. Dat is wat houtspecialisten doen. Zoals wij een boek lezen, lezen zij het hout: welke gebruikssporen zie je, wat voor hout is het, waar komt het vandaan, wanneer is de boom gekapt en hoe oud was die boom toen. Dat doen ze aan de hand van jaarringen.
Zo hebben we hier de duigen van een kuip, gevonden bij landgoed Kouwenhoven, in Hoogland. In het Duitse Rijnland is er in 1681 een eik voor gekapt, die op het moment van kappen zeker 200 jaar oud was.

Hoe bewaar je het?

Zoals we al zagen blijft hout het best bewaard onder natte omstandigheden. Idealiter laat je dat zo en bewaar je het onder water. Maar in de praktijk van alle dag, in een depot, is dat niet de meest handige oplossing. Je moet dus op zoek naar andere oplossingen; oplossingen die ervoor zorgen dat al het vocht dat in het hout zit eruit gehaald wordt. Dat moet dan wel gecontroleerd gebeuren, anders krimpt en scheurt het. Dat kan met vriesdrogen of door het hout te behandelen met polyethyleenglycol. Polyethyleenglycol verdampt niet en neemt als het ware de plaats in van het water. Tot slot wrijven we het hout in met bijenwas, als een extra beschermlaag, precies zoals je dat thuis doet met je meubels.